Leiden Rusland Blog

Taal als de reflectie van een cultuur: het achtervoegsel -ščina (-sjtsjina)

Taal als de reflectie van een cultuur: het achtervoegsel -ščina (-sjtsjina)

Er wordt vaak gesteld dat iedere taal begrippen heeft die typisch en uniek zijn voor het volk dat de taal spreekt. Een veel aangehaald voorbeeld zijn de Eskimo’s (of politiek correcter: de Inuit).

Zij zouden een ongebruikelijk groot aantal woorden voor sneeuw zouden hebben, wat op zichzelf niet heel verrassend is als je omringd wordt door sneeuw en er van alles mee wilt doen (maar zie bijvoorbeeld  http://nl.wikipedia.org/wiki/Sneeuwwoordenverhaal voor een nuancering van de stelling). Sommige taalkundigen zijn bovendien van mening dat betekenissen en begrippen per taal zodanig verschillen dat we ook anders naar de werkelijkheid kijken als we een andere taal spreken. Dit idee bestaat al lang in de taalkunde, het werd al geopperd door Wilhelm van Humboldt in 1820, een nog steeds zijn er taalkundigen die er onderzoek naar doen. Kennelijk zit er toch wel iets in. Maar wat heeft dit nu te maken met een achtervoegsel (suffix) in het Russisch, een argeloos klein talig vormpje dat je aan een woord kunt plakken? Het Russische suffix -sjtsjina geeft op een interessante manier aan hoe talige vormen, en dus zelfs vormpjes als een suffix, iets kunnen zeggen over het volk dat de taal gebruikt. Een voorbeeld van een woorden met dit suffix is oblomovsjtsjina ‘oblomowisme’ of ‘oblomovitus’, vernoemd naar de luie hoofdpersoon Oblomov uit gelijknamige boek Oblomov van de schrijver Ivan Gontjsarov.

Onvertaalbaar?

Het suffix -sjtsjina is niet één-op-één te vertalen naar het Nederlands of het Engels, wat op zichzelf al aangeeft dat talen unieke eigenschappen kunnen hebben, maar in veel gevallen kan het vertaald worden met het suffix ‘-isme’ – ‘tolstojisme’, ‘stalinisme’ –  of in het geval van Oblomov ook met het suffix ‘-itis’ (oblomovitis). Anders dan bij het Nederlandse suffix ‘-isme’ drukt de spreker ook altijd een negatieve houding uit tegenover het fenomeen dat door het woord wordt uitgedrukt of speelt hij met die negatieve houding.

Om een beter beeld te vormen van -sjtsjina is het interessant om eens te kijken naar de geschiedenis van de vorm. De eerste keer dat we het suffix tegenkomen in zijn huidige betekenis is in de achttiende eeuw bij het woord bespopovsjtsjina ‘zonderpriesterisme’ om te verwijzen naar een religieuze stroming die geen priesters erkent. Degenen die de vorm gebruiken lijken die stroming niet erg positief te vinden, wat de indruk wekt dat de negatieve evaluatie dan al onderdeel is van de betekenis. Rond de eeuwwisseling lijkt ook het gebruik op te komen waarbij het suffix geplakt wordt aan een eigennaam van een maatschappelijk bekend figuur. Voorbeelden zijn pugatsjevsjtsjina verwijzend naar de opstand van kozakkenleider Jemeljan Poegatsjov tegen Catharina de Grote, en sumarokovsjtsjina om te verwijzen naar kennelijk als negatief ervaren literaire eigenschappen die doen denken aan het werk van de Russische schrijver Alexander Sumarokov.

Handig om te hebben, zo’n suffix, waarmee je iets wat je associeert met een persoon of groep van personen kunt wegzetten als een negatief fenomeen, maar het gebruik lijkt dan nog redelijk beperkt te zijn. Dat verandert als de literaire criticus en journalist Apollon Majkov rond het midden van de negentiende eeuw op het lumineuze idee komt om het achtervoegsel te plakken aan de naam van literaire personages uit Dode Zielen van Nikolaj Gogol. Een voorbeeld is het sentimentele en zoetsappige personage Manilov dat de naamgever wordt van de term manilovsjtsjina ‘manilovisme’. Majkov wijst er ook nog fijntjes op dat niet iedere persoon een dergelijke naam ‘verdient’; je moet wel belangrijk genoeg zijn om de eer te hebben het achtervoegsel te mogen dragen!

Oblomovisme

Die tip wordt meteen opgepakt door Gontjsarov die prompt zijn bediende Zachar de term oblomovsjtsjina (‘oblomovitis’) in de mond laat nemen. En dan gaat het hard. Niet veel later schrijft de filosoof en criticus Nikolaj Dobroljoebov zijn beroemde essay Tsjto takoe oblomovsjtsjina (‘Wat is Oblomovisme’?). Daarin gebruikt hij de term oblomovsjtsjina om te verwijzen naar een eigenschap van een bepaald type mens in de Russische samenleving, dat weliswaar ontwikkeld is maar ook sociaal ineffectief.

In de tweede helft van de negentiende eeuw is het hek echt van de dam en het suffix wordt nu aan verschillende woorden geplakt als dekadentsjtsjina (‘decadentisme’), gruppovsjtsjina (‘clique-gedrag’), literatursjtsjina (‘literaturisme’ ofwel ‘een werk waarbij de auteur veel te hard heeft geprobeerd om het tot literatuur te maken, maar wat daardoor echt niet goed gelukt is’) tot obydensjtsjina (‘dagelijkse-leven-isme’ ofwel ‘sleur’) Op het moment dat in Rusland de marxistische en socialistische stromingen opkomen wordt er gretig gebruik gemaakt van het suffix om mensen of groepen weg te zetten als schadelijk. Het suffix dient dus een heel effectief retorisch en polemisch doel. Zodra Stalin het achtervoegsel gebruikt om een individu of groep te benoemen weet je dat het mis is. Een voorbeeld is araktsjejevsjtsjina, afgeleid van de naam van de Russische staatsman en generaal Araktsjejev, die rond 1800 veel macht had en al dan niet achter de rug van de tsaar om wrede politiek bedreef – althans volgens degenen (zoals Stalin) die het achtervoegsel achter zijn naam plakken en het gebruiken om het gedrag van een groep mensen te typeren. En nog steeds wordt het suffix gebruikt om allerlei negatieve zaken en dingen aan te geven. Soms in de creatieve taal op internet, waar allerlei nieuwe -sjtsjina woorden worden gecreëerd, en soms door literaire critici of theoretici die zich buigen over de vraag wat nou het diep filosofische verschil is tussen bijvoorbeeld stalinizm (met het suffix -izm) en stalinsjtsjina.

Russische ziel

Om weer terug te komen bij het begin: wat leert het suffix -sjtsjina ons nou over de Russische cultuur? Hier is natuurlijk geen eenduidig antwoord op te geven, maar de lotgevallen van het suffix geven een interessant inkijkje in de geschiedenis van de Russische literatuur en de rol van taal in de Russische samenleving. Misschien is het ook niet toevallig dat juist het Russisch over een suffix beschikt waarmee woorden kunnen worden gemaakt  die abstracte negatieve fenomenen uitdrukken, vaak ook nog afgeleid van eigennamen. En misschien is het niet toevallig dat allerlei Russische theoretici zich buigen over de vraag wat het suffix nou precies toevoegt aan diepe en duistere betekenis in woorden als stalinsjtsjina of rozanovsjtsjina (afgeleid van de filosoof Vasili Rozanov). Nog even en we komen op het thema van de Russische ziel en hoe die weerspiegeld wordt in de Russische taal, maar dat laat ik graag over voor een andere keer.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments