Leiden Rusland Blog

Radicale polyfonie: de Russische productieroman 2.0

Radicale polyfonie: de Russische productieroman 2.0 Bron van de foto

De productieroman was eens het vlaggenschip van het socialistisch-realisme. Het genre vormde het ideale vehikel voor de promotie van “echte” sovjet-waarden zoals arbeidsethos en dienstbaarheid aan het collectief.

Met het loslaten van het socialistisch-realistische keurslijf en de onttakeling van de Russische industrie raakte ook de productieroman in onbruik. Wie geloofde er eind jaren ’80 nog in de lichtende toekomst van het communisme? Toch lijkt het genre nu een opvallende comeback te maken dankzij de jonge schrijfster Ksenija Boeksja. Haar roman De fabriek “Vrijheid” werd onlangs bekroond met de “Natsbest 2014” (Nationale Bestseller), een van Ruslands meest prestigieuze literaire prijzen.  Wie is deze Ksenija Boeksja en wat voor bestseller heeft zij geproduceerd?

Boeksja behoort tot het type schrijvers dat misschien niet uitsluitend, maar toch vooral in Rusland voorkomt: krankzinnig productief en daarnaast ook werkzaam op een heel ander vlak dan de literatuur. Behalve acht romans en verhalenbundels en één dichtbundel, schreef ze een biografie over Kazimir Malevitsj en een PR-boek  over reputatiebeheer voor bedrijven. Boeksja is afgestudeerd econoom en verdient haar inkomen voornamelijk als zakelijk journalist. Ze is getrouwd en heeft twee kinderen. Ze is 31 jaar.

Weerbarstig proza

Wat moet een schrijfster die nauwelijks actieve herinneringen aan de Sovjetunie heeft met zo’n uitgeleefd genre als de productieroman?  Is De fabriek “Vrijheid” misschien een eerbetoon aan de grootmacht van weleer, een exercitie in nostalgie naar imperiale en industriële grandeur? Die hoef je niet bewust te hebben meegemaakt om er toch naar terug te verlangen.

Lezers die hun heimwee naar het communisme willen bevredigen, komen bij De fabriek “Vrijheid”   echter bedrogen uit. Daarvoor is Boeksja’s proza te weerbarstig en experimenteel. De industriële wereld die zij oproept is enerzijds herkenbaar en concreet; een enorme fabriek aan de rand van Leningrad die midden jaren ’50 nog 8000 werknemers telt en in de jaren ’90 nog maar 800. Anderzijds wordt die wereld sterk “vervreemd” weergegeven. Volgens Igor Gulin, recensent van de kwaliteitskrant Kommersant, is de roman zo “abstract” dat juist het complexe probleem van de Sovjet-nostalgie niet uit de verf komt.

Productiehal nr. 20

Net als in de traditionele productieroman is de centrale plaats van handeling in De fabriek “Vrijheid” de werkvloer, om precies te zijn de fabriekshal.  En net als in de vroegste productieromans spreken de personages bij Boeksja buitengewoon levend Russisch vol technisch jargon, slang en grammaticale uitglijders. Anders dan in het socialistisch-realisme echter zijn deze twee elementen bij Boeksja allesoverheersend geworden. De hele roman speelt zich op het fabrieksterrein af waardoor alle personages, die alleen met een enkele Latijnse letter worden aangeduid, min of meer samensmelten met hun werkomgeving (fabrieksdirecteur V, productieleider Q). We bevinden ons nu eens in productiehal nr. 20, dan weer op het constructiebureau of de personeelsafdeling, maar er is geen verteller die ons hier netjes over informeert. De lezer klampt zich vast aan de spaarzame details die Boeksja hem gunt en voelt zich gedurende de hele roman verloren, gedesoriënteerd; een geslaagde manier om de enormiteit van deze fabriek op te roepen.

Taalgebruik

Het tweede element – het realistische taalgebruik – versterkt dat gevoel van desoriëntatie. Net als in Vladimir Sorokins beroemde roman De rij (1985), komt er in De fabriek “Vrijheid” geen verteller meer aan te pas. We horen alleen de personages spreken. Maar waar Sorokin voor dialogen kiest die goed te volgen zijn, komt Boeksja met een radicalere oplossing. Zij bouwt elk hoofdstuk op als een collage van het gesproken woord waarbij het aantal sprekers en de status van wat ze zeggen vaak ongewis blijven.  Zo halen gepensioneerde werknemers herinneringen op aan twee directeuren uit de jaren ’50 daartoe uitgenodigd door een niet nader genoemde journalist die de geschiedenis van de fabriek wil documenteren. Was G aan de drank? Hoe is V aan zijn einde gekomen? Wat volgt is een aaneenschakeling van tegenstrijdige meningen die geen enkele helderheid scheppen omtrent de rol en verdiensten van deze figuren.

Veranderend politiek klimaat

Door deze radicale polyfonie heen kunnen we toch individuele lotgevallen onderscheiden die een fraai inkijkje bieden in het veranderende sociale en politieke klimaat van de late Sovjetunie. Zo is daar T. die als piepjonge letterenstudente binnenkomt, zich opwerkt tot productieleider en tijdens het presidentschap van Boris Jeltsin met lede ogen moet toezien hoe haar collega’s worden ontslagen. Er is het verhaal van loser F. die tijdens de perestroika zijn eigen business wil opzetten, daarin hopeloos faalt en uiteindelijk met hangende pootjes op de fabriek terugkeert. Om het hoofd boven water te houden is de directie inmiddels gedwongen om delen van de fabriek aan vage instellingen te verhuren. Senegal opent een consulaire afdeling op het fabrieksterrein.  In het laatste hoofdstuk – we zitten kennelijk al in het Rusland van Poetin – lijkt er een trendbreuk op te treden. Bij het Russische leger ontstaat weer vraag naar de radarapparatuur die “Vrijheid” ontwikkelt en de roman eindigt dan ook met het vaag optimistische verhaal van een net aangestelde ingenieur die werkelijk bevrediging vindt in zijn werk.

Het is verleidelijk om het hoopgevende einde uit te leggen als een kenmerk van het genre: het weer vlot-trekken van vastgelopen industrie kennen we natuurlijk uit Fjodor Gladkovs Cement (1925), de moeder van alle productieromans. Een dergelijk triomfalisme is De fabriek “Vrijheid” echter vreemd. Veel meer lijkt Boeksja’s roman een poging om de “industriële utopie van de Sovjetunie te begrijpen”, aldus criticus Dmitri Bykov. Hoe functioneerde dat geloof in de maakbaarheid van de samenleving in combinatie met een rotsvast vertrouwen in de almacht van technologie en  industrie? Wat betekende dit in de levens van individuele burgers?

Vóór Marx?

Misschien gaat het te ver om van een echte comeback  van de productieroman te spreken. Één zwaluw maakt nog geen zomer. Feit is wel dat de fabriek als arena voor sociaal-politieke conflicten tegenwoordig steeds vaker opduikt, zoals in Svetlana Baskova’s speelfilm Vóór Marx (2012).  Hierin zien we hoe arbeiders een onafhankelijke vakbond willen oprichten, maar daarin worden tegengewerkt door een karikaturaal uitgebeelde fabrieksdirecteur. De film (onmiskenbaar een remake van Eisensteins The Strike) is geënt op het genre van het “productiedrama”, minder optimistisch dan de productieroman, maar niet minder geëngageerd. Tegen die achtergond is De fabriek “Vrijheid” niet een “abstractie”, maar een hoogst actueel en stilistisch intrigerend werk van een van Ruslands meest hoopgevende schrijfsters.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments