Leiden Rusland Blog

Populaire cultuur, patriottisme en het Russisch-Oekraïense conflict

Posted on in
Populaire cultuur, patriottisme en het Russisch-Oekraïense conflict

Oorlog en conflict zijn sinds oudsher populaire onderwerpen voor Russische schrijvers, filmmakers en denkers. Dit is vandaag, anno 2016, niet anders, waar het slepende conflict tussen Rusland en Oekraïne is uitgegroeid tot een controversieel thema in de Russische populaire cultuur.

De dunne lijn tussen patriottisch vertier en propaganda

 Sinds het losbreken van de Majdan-protesten eind 2013 hebben de media, politieke analisten en academici gewezen op de belangrijke rol die de sociale media als propaganda-instrument hebben gespeeld in het slepende conflict tussen Rusland en Oekraïne. Verbazend genoeg is er nog maar bijster weinig aandacht besteed aan de rol die populaire cultuur in dit proces heeft gespeeld.

 Dit is opmerkelijk, aangezien thema’s, zoals de heraansluiting van de Krim (men spreekt in Rusland immers niet over annexatie), de verdediging van de Donbass-regio en het bestrijden van het ‘Bandera fascisme’, in Rusland uitgegroeid zijn tot populaire onderwerpen in de zogenaamde vaderlandse kunst, een genre dat aan de lopende band laagdrempelige, nationalistische cultuur produceert en daarbij de dunne lijn aantoont tussen patriottisch vertier en propaganda.

 Van de Noordelijke Kaukasus tot de Krim

 Een goed voorbeeld van dergelijk patriottisch vertier vinden we in de film Russisch Karakter (Russki Charakter, 2014) van de Russische regisseur Aleksandr Jakimtsjoek (1968), waarin het verhaal wordt gebracht van Maksim Fadeev, een Russische militair die naar de Krim, zijn geboortegrond afreist en te weten komt dat zijn geboortedorp wordt geterroriseerd door een lokale Oekraïense bende. Teleurgesteld en verraden door zijn corrupte jeugdvrienden besluit Fadeev, gesteund door de lokale (én Russisch sprekende) inwoners, het recht in eigen handen te nemen en korte metten te maken met de criminelen. Het hoeft weinig betoog dat de filmtitel verwijst naar het Russische karakter van de bodem.

 Nog een ander voorbeeld vinden we in de zogenaamde boevik of Russische actienovelle, een alternatief op het Amerikaanse actiegenre dat immens populair werd in de jaren negentig. Het succes van de boevik hangt zonder meer samen met de ongecompliceerde plot: een viriele Russische elitesoldaat, vaak gestationeerd in de Noordelijke Kaukasus, die het opneemt tegen Ruslands interne (heel vaak Tsjetsjenen) en/of externe vijanden en hierin dan ook triomfantelijk slaagt. Als we nu de locatie van de Noordelijke Kaukasus naar de Krim of het Oosten van Oekraïne verplaatsen, bevinden we ons in Donbass, de patriottische boekenreeks van Aleksandr Tamonikov (2015), waar in de gebruikelijke boevikstijl een Russische elitesoldaat ten tonele wordt opgevoerd die het in de Donbass-regio opneemt tegen Ruslands vijanden (de NAVO, het Oekraïense leger, enz.).

 Een aloude ideologische vete

 Hoewel dergelijke laagdrempelige, patriottische cultuur misschien wel het nationalistische karakter van Poetins Rusland aantoont, lijkt het meer voor triviaal vertier te zorgen, dan voor gerichte propaganda. Dit kan echter minder overtuigend gesteld worden over de uitspraken van prominente gezichten uit de Russische literaire wereld die zich hoe langer, hoe meer in het publieke debat mengen. Opvallend hierbij is dat Russische schrijvers, op enkele uitzonderingen na, vallen onder te brengen in twee kampen die doen denken aan de aloude ideologische vete tussen de Zapadniki, de eerder Westersgezinde, liberale schrijvers en de Slavofielen, de meer op Rusland gerichte, conservatieve schrijvers.

 Het verbaast niet dat nationalistische schrijvers, zoals Aleksandr Prochanov, Zachar Prilepin en Eduard Limonov op de culturele en literaire barricaden staan als het aankomt op het verdedigen van Moedertje Rusland. Dat dit echter verder gaat dan een handvol provocerende en nationalistische uitspraken bewijst Prochanov met zijn ‘literair patriottisme’. Zo verhaalt zijn roman De Krim (Krym, 2014) over de ‘terugkeer’ van de Krim naar Rusland en de roman De Moord op de Steden (Oebijstvo Gorodov, 2015) over de strijd die geleverd wordt door pro-Russische rebellen in het Oosten van Oekraïne.

 Aan de andere kant van het literaire spectrum bevinden zich de liberale, meer naar het Westen georiënteerde schrijvers, zoals Vladimir Sorokin, Viktor Pelevin, Ljoedmila Oelitskaja en Arkadi Babtsjenko; allen in meer of mindere mate bekend door hun scherpe, satirische en soms ronduit schockerende (realistische) houding tegenover heilige Russische huisjes.  Deze schrijvers hebben de Kremlinpolitiek inzake de Krim over het algemeen afgekeurd. Zo schreef Vladimir Sorokin (bekend van onder meer De dag van de Opritsjnik, 2006) in 2014 en in zijn gebruikelijke provocerende stijl een opiniebijdrage voor de Duitse Frankfurter Allgemeine onder de titel Oekraïne is in ons binnengedrongen (die Ukraine ist in uns eingedrungen). In weinig aan de verbeelding overlatende woorden vergelijkt Sorokin de Majdan-protesten met een ongewilde zwangerschap van Rusland die de vrucht van een vrij Oekraïne niet kan en wil aanvaarden en daarom overgaat tot een radicale vruchtafdrijving.

 Ondertussen in Oekraïne

Hoewel deze bijdrage in het teken staat van de Russische kant van het verhaal betekent dit niet dat er in Oekraïne geen sprake zou zijn van een gelijkaardig proces waarin muzikanten, auteurs en artiesten hun stem laten horen door met hun producties een vuist te maken voor de nationale Oekraïense zaak. Zo kwam in 2015 De Garde (Gvardia) uit, een patriottische Oekraïense televisieserie, waarin het heldenverhaal wordt gebracht van de Oekraïense nationale garde. Een ander, recenter voorbeeld vinden we in de Oekraïense inzending voor het Eurovisiesongfestival, waar de uit de Krim afkomstige Jamala het uitgesproken Rusland-kritisch nummer 1944 brengt alluderend op Stalins deportatie van Krim Tataren gedurende datzelfde jaar.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments