Leiden Rusland Blog

Oorbrood en aardhoorns

Oorbrood en aardhoorns

Bij veel mensen roept het woord 'Rusland' een beeld op van sneeuw, matroesjka's, bontmutsen, en Poetin. Wellicht nog een enkele beer of een berkenboom.

En geef ze eens ongelijk: in de grote Russische steden word je onherroepelijk geconfronteerd met de stalletjes vol felgekleurde houten poppetjes, en in de winter is het voor een Nederlander bijna onmogelijk om niet geïntimideerd te raken door de imposante harige bonthopen die over straat glijden op weg naar hun werk.

 

Twintig talenfamilies

Het spreekt vanzelf dat Rusland veel meer is dan een dergelijk stereotype. Wat echter voor veel mensen niet vanzelf spreekt, is dat de diversiteit en rijkdom van dit enorme land niet alleen geschapen wordt door de Russen, maar ook voor een belangrijk deel door de grofweg 130 andere etnische groepen die de huidige Russische Federatie bewonen. Deze bevolkingsgroepen, waarvan het aantal leden varieert van vier (zoals de Kerek) tot enkele honderdduizenden of zelfs miljoenen (zoals de Sacha, en de Tataren), leven van oudsher in het gebied dat zich uitstrekt van noord Europa tot de Grote Oceaan en vertonen een grote variatie aan culturen, levensstijl, tradities en religies. Deze diversiteit geldt ook op linguïstisch gebied. Behalve het Russisch, dat tot de Slavische taalfamilie behoort, worden er meer dan honderd andere talen gesproken, behorend tot minstens twintig andere taalfamilies, zoals bijvoorbeeld het Oeralisch, het Tsjoekotko-Kamtsjadaals, het Toengoesisch of het Turks.

Dat dit ons veelal onbekend is, is ons nauwelijks kwalijk te nemen: ook veel Russen trekken een wenkbrauw op bij het horen van namen als Itelmenen, Nivch of Dolgans, en de kans is groot dat ook hun tweede wenkbrauw omhoog gaat bij de onthulling dat deze mensen al in Siberië woonden lang voordat de eerste Russen verschenen in de 16e en 17e eeuw. Toch reikt de invloed van de inheemse talen van Europees Rusland en Siberië verder dan hun naams(on)bekendheid doet vermoeden: een aanzienlijk aantal woorden in het Russisch is afkomstig uit deze talen, en sommige zijn, via het Russisch, zelfs doorgedrongen tot in het Nederlands.

 

Landmarks

Een voor de land liggend domein zijn geografische termen zoals plaatsen, bergen en rivieren. Deze 'landmarks' in de letterlijkste zin van het woord hadden vaak al namen op het moment dat de Russen verschenen, en deze zijn veelal bewaard gebleven, zij het met aanpassingen aan het klanksysteem van de Russische taal. Zo is de naam Bajkal, de naam van het grootste zoetwaterreservoir ter wereld, gebaseerd op het Boerjatische [Mongools] woord baigal, dat 'zee' betekent, en de naam van de enorme Jenissej rivier in Midden Siberië komt waarschijnlijk van het woord ionessi 'groot water' in het Evenki [Toengoesisch]. De stad Perm', gelegen in de Oeral, was een verre uithoek in het gebied van de Wepsisch [Fins] sprekende bevolking, wat gereflecteerd wordt door de naam perja maa 'achterland', die zij eraan gaven.

 

Pelmeni en mammoeten

Ook op culinair gebied zijn er invloeden te vinden. Het opvallendst zijn daarbij de oer-Russische pel'meni. Deze dumpling, die door de Russen bijna als hun nationale gerecht beschouwd wordt, bestaat in feite uit de elementen pel' en njan', de Komi [Permisch] woorden voor 'oor' en 'brood'. Dit 'oorbrood' heeft puur te maken met de opgerolde, schelpachtige vorm van de dumplings, en niet met andere mogelijke interpretaties. Ook joekola, de gedroogde vis die ideaal is om mee te nemen op lange tochten, is terug te leiden naar het Oeraals, en stamt van het Chanti woord jochel 'gedroogde vis'.

Onze eigen fluency in de inheemse talen van Rusland houdt zich binnen de perken, maar termen als taiga (< taiga 'rotsachtige berg' [Westturks]), toendra (< tunturi 'kale, hoge berg' [Saami]) en sjamaan (< sjamaan [Toengoesisch]) openen toch een klein raampje naar de bemoste vlaktes en de dichte naaldwouden van Siberië. Ook het woord mammoet stamt uit het hoge noorden, en is waarschijnlijk terug te voeren op de Mansi [Oeraals] elementen maa 'aarde' en oute 'hoorn'. De gedachte hierachter is dat men veronderstelde dat de mammoet, of aardhoorn, een beest was dat onder de grond woonde, en zich met zijn slagtanden een weg groef door de aarde. En waarom niet? De enige sporen die immers van hem gevonden werden, waren de reusachtige slagtanden die bij het smelten van de sneeuw uit afbrokkelende rivieroevers tevoorschijn kwamen. Zonder de informatie dat deze beesten vierduizend jaar geleden uitgestorven zijn en in de diepvries van de Siberische permafrost geconserveerd worden, is de verklaring van de Mansi heel plausibel.

Het is mij een raadsel waarom er aan aardhoorns en soortgelijke ‘fossielen’ uit het menselijk brein minder aandacht geschonken wordt dan aan bijvoorbeeld de viervleugelige vogel die recent in China werd ontdekt. Zoals echte fossielen inzicht geven in de evolutie van de wereld, zo geven dit soort taalkundige vondsten inzicht in de ontwikkeling van het denken over die wereld, en daarmee in onze wereldvisie.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments