Leiden Rusland Blog

Oktober 1993: een open wond in de Russische samenleving

Posted on in
Oktober 1993: een open wond in de Russische samenleving

Op 4 oktober was het precies eenentwintig jaar geleden dat president Jeltsin het hem vijandig gezinde parlement met veel wapengekletter liet bestormen. Deze bloedige operatie was een ultieme poging om het verzet tegen zijn economische hervormingen te breken en kostte aan tenminste honderdtwintig mensen het leven.

Voeg daarbij de tweeënzestig slachtoffers die de avond ervoor waren gevallen toen communisten en nationalisten de TV-studio’s van Ostankino probeerden in te nemen en het totale dodental komt uit op een kleine tweehonderd. Dit officiële cijfer is later bevestigd door een onafhankelijk onderzoek van Memorial, maar Jeltsins tegenstanders denken daar heel anders over. Zij spreken nog steeds van 600 of zelfs 2000 slachtoffers van wie de autoriteiten het merendeel spoorloos hebben laten verdwijnen. Omwonenden zouden hebben gezien hoe de crematoria van Moskou direct na 4 oktober op volle toeren begonnen te draaien…

Het officiële verhaal

Anno 2014 is onder de “verliezers” de roep om gerechtigheid nog steeds niet verstomd. Elk jaar herdenken zij “de patriotten die voor het vaderland vielen” en wijzen zij nog eens met woedende spandoeken de ware schuldigen aan: Jeltsin, Amerika en niet te vergeten de internationale samenzwering van Joden en vrijmetselaars. De huidige machthebbers zouden zich hierdoor aangesproken kunnen voelen - is Poetin immers destijds niet door Jeltsin als zijn directe opvolger naar voren geschoven? – maar zij hebben moeite om een duidelijk tegenverhaal te formuleren. Voor zover er aandacht aan wordt geschonken, probeert men oktober 1993 te integreren in het voor veel Russen overtuigende narratief van de “onstuimige jaren ‘90” toen bandieten het voor het zeggen hadden. Zo toont het museum voor de Moderne Geschiedenis van Rusland in Moskou de gebeurtenissen van 1993 aan de hand van enkele overbekende foto´s en andere parafernalia (een wapenstok, een losgewrikte straatsteen), maar dat het hier om een diepe politieke crisis ging, zou je bijna vergeten. Een tijdelijke tentoonstelling onder de titel “Drie dagen in oktober”, die vorig jaar in datzelfde museum met politiek geëngageerde kunst en een grote hoeveelheid pamfletten van start ging, werd al na een paar weken stopgezet. Curator Ilja Boedraitskis kreeg geen duidelijke verklaring waarom de tentoonstelling vroegtijdig moest worden gestaakt, maar angst voor een re-politisering van oktober 1993 lijkt zeker een rol te hebben gespeeld.

Provisorisch monument

De wat angstige en dubbelzinnige houding van de autoriteiten komt ook tot uitdrukking in de omgang met het provisorische monument voor de slachtoffers dat nabestaanden en sympathisanten aan de Droezjinnikovstraat hebben opgericht (om de hoek bij het toenmalige parlementsgebouw). Het monument bestaat onder meer uit een rood geverfde kapel, een stellage met dranghekken en prikkeldraad die een barricade moet voorstellen, en een wand met foto’s van de slachtoffers. De jaarlijkse herdenking begint steevast met een meeting op het Plein van de Dekabristenopstand, wordt gevolgd door een rouwprocessie naar het monument waar een dodenmis wordt gehouden, waarna de plechtigheid wordt afgesloten met een hapje en een glaasje vodka. De coulante houding van de autoriteiten tegenover het monument wordt op verschillende manieren uitgelegd. Voor sommigen getuigt het van totale onverschilligheid en dus van een gebrek aan respect, voor anderen duidt het juist op een slecht geweten. Voormalig burgemeester van Moskou Joeri Loezjkov zou het niet over zijn hart hebben kunnen krijgen om het monument te laten opruimen. Puur pragmatisme van de kant van de autoriteiten is ook aannemelijk: elke bemoeienis met het monument, elke blijk van aandacht impliceert een politieke stellingname. Het is daarom verstandiger eens per jaar de andere kant op te kijken.  

Oktober 1993 en Oekraïne 2014

Hoewel er ijverig wordt gelobbyd en gecollecteerd voor een echt monument, is het de vraag of dat er ooit komt. De stichting die daartoe in 2008 werd opgericht (www.1993god.ru), heeft tot nog toe slechts twee miljoen roebel bij elkaar gesprokkeld, een tiende van wat het nodig zegt ze hebben, en zelfs dat geld is met de huidige ontwikkelingen op de valutamarkt niet veilig. Maar misschien vormt de situatie in Oekraïne een nog wel serieuzere bedreiging voor de erkenning waar de verliezers van 1993 zo op hopen. Op de bijeenkomst die dit jaar werd gehouden, trokken betogers gretig parallellen tussen de beschieting van het parlement in 1993 en de brand in het vakbondsgebouw in Odessa die in mei van dit jaar aan minstens veertig pro-Russische activisten het leven kostte. De eerder genoemde stichting laat op haar website vergelijkbare geluiden horen. In een vaderlijke oproep aan de Oekraïners, die ze weigert als “buitenlanders” te beschouwen, zegt de stichting sinds 1993 maar al te goed te beseffen hoe het volk soms schaamteloos wordt bedrogen. Natuurlijk wijst de beschuldigende vinger hier in de eerste plaats naar de ‘fascistische junta’ in Kiev, maar dit soort vergelijkingen kunnen het Kremlin toch niet koud laten. Niet alleen laten ze zien dat de herinnering aan oktober 1993 allerminst verflauwd is; mocht het project ‘Novorossija’ vastlopen en de steun aan de separatisten worden stopgezet, dan kunnen veel patriotten die Poetin nu nog steunen, zich opmaken voor een kolossaal déja vu: zie je wel, net als in oktober 1993 laat het Kremlin het Russische volk barsten. Dat de herinnering aan het definitieve einde van de Sovjetmacht eenentwintig jaar geleden en de huidige ontwikkelingen in Oekraïne op een akelige manier in elkaar zouden kunnen grijpen, is niet denkbeeldig. Juist daarom lijkt een officiële erkenning van oktober 1993 als nationale tragedie verder weg dan ooit. Voor de autoriteiten lijkt negeren en wegkijken nog steeds de veiligste strategie.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments