Leiden Rusland Blog

Hoe heeft Verenigd Rusland de verkiezingen gewonnen?

Posted on in
Hoe heeft Verenigd Rusland de verkiezingen gewonnen?

Bij de Doemaverkiezingen van 18 september veroverde Verenigd Rusland 334 zetels: 96 meer dan het vorige zetelaantal en 74% van het totale zetelaantal. Dit zetelpercentage suggereert dat Verenigd Rusland een grote mate van populariteit geniet onder de Russische bevolking, maar in werkelijkheid heeft waarschijnlijk slechts zo’n 15% van de Russische stemgerechtigden op de partij gestemd. Wat verklaart de grote discrepantie tussen de klinkende verkiezingsuitslag en de feitelijke steun voor de partij?

Het antwoord moet worden gezocht in veranderingen in de kieswet, een strategie om de opkomst laag te houden, en grootschalige verkiezingsfraude.

Ten tijde van de vorige Doemaverkiezingen, in december 2011, leek de Russische kieswet sterk op de Nederlandse: alle Doemaleden werden gekozen via partijlijsten en het principe van proportionele vertegenwoordiging. Een voornaam verschil was dat in Rusland de lijsten gesloten waren en kiezers dus geen invloed hadden op wie namens de partij een zetel verwierf. Een ander voornaam verschil was dat in Rusland een relatief hoge kiesdrempel van 7% gehanteerd werd. Van deze kiesdrempel profiteerden alle vier partijen die de kiesdrempel haalden maar Verenigd Rusland als grootste partij het meeste: bij een officieel stemmenpercentage van 49% veroverde Verenigd Rusland in 2011 een nipte meerderheid van 53% van de zetels in de Doema.

Dit resultaat was zuiniger dan waar de autoriteiten naar hadden gestreefd, zeker omdat de partij volgens de officiële uitslagen in 2007 nog 63% van de stemmen had gekregen. Bovendien was een grote mate van verkiezingsfraude nodig om aan het resultaat van 49% te komen. De perceptie van grootschalige verkiezingsfraude was dé trigger achter een golf aan demonstraties in 2011 en 2012, de grootste sinds het begin van de jaren negentig.

De Doemaverkiezingen van 2011 waren dus bepaald geen succes voor het regime. Om een beter resultaat te bereiken bij de volgende verkiezingen moest worden gewerkt aan een nieuwe strategie. De belangrijkste maatregel in dit verband was de terugkeer naar een gemengde kieswet: in de verkiezingen van 2016 zouden, net als tot 2003 het geval was, 225 afgevaardigden worden gekozen via partijlijsten en het principe van proportionele vertegenwoordiging, en 225 afgevaardigden op individuele titel via districten.

De herinvoering van de verkiezing van parlementsleden via kiesdistricten heeft voor Verenigd Rusland in de recente verkiezing inderdaad goed uitgepakt: van de 225 districten wonnen kandidaten van Verenigd Rusland er 203. Van de overige 22 zetels gingen er 19 naar kandidaten van de drie partijen die net als Verenigd Rusland de kiesdrempel haalden - de Communistische Partij van de Russische Federatie, de Liberaal-Democratische Partij van Rusland, en Rechtvaardig Rusland. De partijen Burgerplatform en Moederland, beide loyaal aan het Kremlin, wonnen via de districten ieder één zetel. De laatste zetel ten slotte ging naar Vladislav Reznik, die als onafhankelijke kandidaat meedeed maar wél lid is van Verenigd Rusland.

De belangrijkste verklaring voor het succes van Verenigd Rusland in de kiesdistricten is de verwevenheid van de partij met de uitvoerende macht op het regionale en lokale niveau. Een andere factor in de zege van Verenigd Rusland in de kiesdistricten is het relatief grote aantal kandidaten in veel districten. Kandidaten van Verenigd Rusland streden niet tegen één of twee andere kandidaten, maar in de meeste gevallen tegen vijf tot vijftien andere kandidaten. Hierdoor hoefde de kandidaat van Verenigd Rusland maar een relatief laag stemmenpercentage te halen om de zetel in het district op te eisen. In veel districten had de kandidaat van Verenigde Rusland inderdaad aan een derde van de stemmen genoeg om de verkiezing te winnen.

Voor de verkiezing van de overige 225 afgevaardigden, via partijlijsten, werd de kiesdrempel verlaagd van 7% naar 5%. Door deze ‘liberale’ maatregel zou het voor partijen in principe eenvoudiger moeten worden om vertegenwoordiging te krijgen in de Doema. Hier stond tegenover dat aan de verkiezing deze keer twee maal zo veel partijen konden meedoen - veertien, tegen zeven in 2011 - en hierdoor de stemmen voor de partijen meer versnipperden. De tien partijen die onder de kiesdrempel bleven haalden, volgens de officiële uitslagen, gezamenlijk zo’n zeven miljoen stemmen (13% van het totaal), die bij de zetelverdeling toekwamen aan de vier partijen die wél de kiesdrempel trotseerden. Hierdoor was het mogelijk dat Verenigd Rusland 62% van de ‘proportionele’ zetels veroverde terwijl de partij volgens de officiële uitslagen maar 54% van de stemmen won.

Een tweede verklaring voor het grote verkiezingssucces voor Verenigd Rusland ondanks het relatief kleine aantal stemmen voor de partij is dat de autoriteiten er bewust naar streefden om de opkomst laag te houden. Een voordeel voor Verenigd Rusland ten opzichte van andere partijen is dat het een basiselectoraat heeft waarvan kan worden verwacht dat het hoe dan ook op de partij zal stemmen. Als dit basiselectoraat trouw gaat stemmen terwijl potentiële supporters van andere partijen er toe worden aangezet om thuis te blijven, zo was de gedachte, zou het aantal zetels voor Verenigd Rusland gemaximaliseerd worden. De ene helft van het basiselectoraat van Verenigd Rusland bestaat uit gepensioneerden die vatbaar zijn voor de boodschappen van de staatsmedia en die volgens oude traditie dé partij - vroeger de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nu Verenigd Rusland - steunen. De andere helft van het basiselectoraat van Verenigd Rusland bestaat uit mensen op wie druk wordt uitgeoefend door hun werkgever om op de partij te stemmen. Hierbij gaat het voornamlijk om werknemers van staatsbedrijven en om bjoedzjetniki, zoals leraren en politiemensen, wiens inkomen door de staat wordt betaald. Ook in deze verkiezing zijn er veel berichten verschenen over dienstorders op scholen, in het leger en in staatsbedrijven, om op Verenigd Rusland te stemmen.

Op een aantal manieren is gestreefd om de opkomst bij de Doemaverkiezing laag te houden. Eén daarvan is dat sommige kandidaten en partijen met reële steun onder de bevolking niet aan de verkiezing deel mochten nemen. Wellicht de belangrijkste daarvan is de Partij van de Vooruitgang van oppositie-activist Aleksej Navalny, die in de burgemeestersverkiezing in 2013 in Moskou, die zonder al te veel fraude verliepen, 27% van de stemmen verwierf. Het is aannemelijk dat met name in de grote steden aanzienlijke aantallen mensen op de partij van Navalny zouden hebben gestemd als de partij aan de verkiezingen had meegedaan. Nu bleven veel van deze mensen thuis. Een ander middel om de opkomst te beperken was het verplaatsen van de verkiezingen naar december naar september. We kunnen niet zeker weten of het streven naar een lage opkomst de échte reden was achter het verplaatsen van de verkiezingsdatum; doordat de verkiezing in september plaatsvond viel echter een groot deel van de verkiezingscampagne tijdens de vakantieperiode, waardoor er weinig interesse was voor de verkiezingen. Los hiervan hebben de autoriten de verkiezingscampagne ook bewust low-key gehouden.

Een derde verklaring voor de verkiezingsuitslagen, ten slotte, is dat net als in de vorige Doemaverkiezingen op grote schaal fraude is gepleegd. Fraude in Russische verkiezingen is niet nieuw. Het is daarom des te verbazender dat door Westerse media vaak over Russische verkiezingsuitslagen wordt bericht alsof ze een weerspiegeling van de werkelijkheid zijn (‘De partij van Poetin heeft 54% van de stemmen gekregen’). Wanneer over verkiezingsuitslagen in Rusland wordt bericht moet er eigenlijk altijd bij worden gezegd ‘volgens de officiële uitslagen’.

Van sommige fraude hebben we direct bewijs omdat het is vastgelegd is door webcams of door de camera’s van waarnemers. Het meeste bewijs van verkiezingsfraude echter is indirect (maar niet minder overtuigend) en wordt geleverd door bestudering van de ‘ruwe’ verkiezingsuitslagen. Het is voor iedereen mogelijk om de verkiezingsuitslagen en détail te bestuderen omdat de Centrale Kiescommissie van Rusland de uitslag van ieder stembureau op haar website publiceert. Meteen na afloop van de verkiezingen zijn statistici als Sergej Sjpilnik en Aleksandr Kirejev aan de slag gegaan met analyses van de verkiezingsuitslagen. De methode van Sjpilnik is vooral gebaseerd op opvallende afwijkingen in opkomstcijfers. Met eenvoudige grafieken laat Sjpilnik zien dat een groot aantal stembureaus in deze verkiezing een ongeloofwaardig hoge opkomst had. De grafieken laten ook zien dat bijna alle extra stemmen als gevolg van de ‘kunstmatige’ opkomst ten gunste van Verenigd Rusland kwam. Volgens berekeningen van Sjpilnik zijn van de 28 miljoen ‘officiële’ stemmen voor Verenigd Rusland er ongeveer 12 miljoen toe te schrijven aan verkiezingsfraude. Sjpilnik beweert dat het feitelijke stemmenpercentage voor Verenigde Rusland 40% was bij een opkomst van 37%, en niet 54% bij een opkomst van 48% zoals is medegedeeld door de Centrale Kiescommissie. Als de berekeningen van Sjpilkin kloppen, dan heeft slecht zo’n 15% van de stemgerechtigden op Verenigd Rusland gestemd. In de berekeningen zit mogelijk een grote foutenmarge, maar het is aannemelijk dat inderdaad miljoenen stemmen gestolen zijn.

Kirejev wijst met name op opmerkelijke patronen in de verkiezingsuitslagen. In verkiezingen zonder fraude is er tussen stembureaus enige mate van variatie tussen verkiezingsuitslagen: als er heel grote variatie is (in min of meer homogene districten of regio’s) of juist zeer weinig variatie, dan roept dat de verdenking op dat er met de uitslagen geknoeid is. Kirejev laat zien dat in sommige districten en regio’s er een ongeloofwaardig grote variatie is. In de stad Boejnaksk, bijvoorbeeld, hadden de meeste stembureau’s met een automatische stemmenteller gemiddeld ongeveer 25% opkomst, en de stembureaus zonder automatische stemmentellers gemiddeld ongeveer 70% opkomst. Het is aannemelijk in dit geval dat in de stembureaus zonder automatische stemmentellers fraude is gepleegd. Op andere plekken zijn de verschillen in uitslagen van stembureaus ongeloofwaardig klein. In de regio Saratov, bijvoorbeeld, waren er meer dan honderd stembureaus met exact 62.2% voor Verenigd Rusland, gecombineerd met nagenoeg identieke opkomst en stemmenpercentages voor andere partijen. Statistisch is dit extreem onwaarschijnlijk.

Een relatief klein deel van de gestolen stemmen voor Verenigd Rusland is tot stand gekomen door extra stembiljetten in de stembussen te doen. Dit is hoofdzakelijk op twee manieren gedaan: de eerste manier was simpelweg door lege stembiljetten in te vullen en bij de overige stembiljetten in de stembus te gooien (ballot-box stuffing). Een andere manier die in deze verkiezingen is toegepast is door te sjoemelen met de ‘afwezigheidsbewijzen’ die kiezers konden aanvragen om op een andere plaats dan hun woonplaats te stemmen als ze op de dag van de verkiezingen niet in hun woonplaats zouden zijn. In de meeste stembureaus is minder dan 1% van de stemmen uitgebracht door kiezers met een ‘afwezigheidsbewijs’. Er zijn echter veel stembureaus waar dit tot wel 10% is. Het vermoeden is dat de meeste van de extra stemmen naar Verenigd Rusland gegaan zijn.

De meeste fraude echter is gepleegd door verkiezingsuitslagen te vervalsen. In veel gevallen is dit op zo’n manier gedaan dat de officiële uitslagen geen enkele relatie meer hebben met hoe feitelijk is gestemd. Het vervalsen van de uitslagen wordt op sommige plekken in stembureaus gedaan en eop andere plekken in districtskantoren waar de uitslagenprotocollen van individuele stembureaus naar toe worden gebracht en de uitslagen via de computer naar Moskou worden gestuurd. In het al genoemde voorbeeld van de regio Saratov werd om de een of andere reden besloten dat voor honderden stembureaus het stemmenpercentage voor Verenigd Rusland op exact 62.2% moest worden vastgesteld. De opmerkelijke uitslagen voor de regio Saratov en andere regio’s en districten kan eenieder vrijelijk raadplegen op de website van de Centrale Kiescommissie. Ook al zijn de sporen van de misdaad duidelijk zichtbaar, het is onwaarschijnlijk dat personen voor de verkiezingsfraude zullen worden vervolgd, of uitslagen van stembureaus worden geannuleerd.

Het bijzondere aan de verkiezingsfraude zijn grote regionale verschillen. In een flink aantal regio’s, waaronder de hoofdstad Moskou, is geen of weinig fraude gepleegd. De trigger voor de golf aan demonstraties die direct na de verkiezing van 2011 begon, was dat in Moskou op grote schaal fraude was gepleegd: veel Moskovieten hadden weet van de fraude en waren er verontwaardigd over. Het is daarom niet vreemd dat de autoriteiten besloten hebben om in ieder geval in Moskou geen grootschalige fraude meer toe te laten. Maar dan nog zijn er een paar dozijn regio’s waar wél grootschalige fraude is gepleegd, waaronder de Republieken op de Noordelijke Kaukasus, Tatarstan, Basjkortostan, Mordovië, Toeva, en de regio’s Belgorod, Brjansk, Kemerovo, Saratov, en Samara.

Het doel van het regime in deze verkiezing was om een stevige meerderheid voor Verenigd Rusland in de Doema te bewerkstelligen ondanks de beperkte steun voor de partij. De strategie die het regime heeft ontvouwd om dit doel te bereiken is in veel opzichten optimaal geslaagd: weinigen hebben op Verenigd Rusland gestemd, maar toch heeft de partij bijna driekwart van de zetels in de Doema in handen. Daar staat wel tegenover dat de Doema een gebrek heeft aan legitimiteit door de lage opkomst, de opzichtige manipulatie van de kieswet, en de grootschalige verkiezingsfraude. Of dit een probleem wordt voor het regime zal in de komende maanden en jaren duidelijk moeten worden.

Dit stuk is eerder verschenen op Raam op Rusland.

Add a Comment

Commenting is not available in this channel entry.