Leiden Rusland Blog

Geenpeil en het imago van Oekraïne

Posted on in
Geenpeil en het imago van Oekraïne

Geenstijl leidt sinds enkele weken een campagne - Geenpeil - om een nationaal referendum over het Associatie-akkoord van de EU met Oekraïne van de grond te krijgen. De wijze waarop Oekraïne hierbij wordt gepresenteerd doet weinig recht aan de huidige situatie in het land.

Het gaat Geenstijl in de campagne in wezen niet om Oekraïne maar om het democratisch tekort van de EU. Het Associatie-akkoord met Oekraïne is enkel, in Geenstijls woorden, ‘als mikpunt van het referendum gekozen’. Voor Geenstijl en geestverwanten is het Associatie-akkoord een voorbeeld van de ondemocratische, ondoorzichtige besluitvoering in de Europese Unie. Dat het referendum er komt is niet uitgesloten: Geenstijl zegt in één week 80.000 van de benodigde 300.000 handtekeningen te hebben verzameld. Het gaat overigens om een raadgevend referendum: als kiezers het Associatie-akkoord met Oekraïne afwijzen is het nog onwaarschijnlijk dat Nederland zijn handtekening onder het akkoord terugtrekt.

Om mensen te overtuigen het referendum te steunen wordt niet alleen de EU aangevallen maar ook Oekraïne. Nu zou het raar zijn om de de argumenten van Geenstijl al te serieus op te vatten: de initiatiefnemeners van het referendum hebben niet de pretentie een nuchtere en onderbouwde analyse te presenteren van de situatie in het land, maar proberen slechts de beeldvorming over Oekraïne te manipuleren. Omdat Geenstijl door honderdduizenden mensen wordt gelezen, is die manipulatie van de beeldvorming wel een probleem voor het imago van Oekraïne in Nederland.

In de voornaamste aankondiging van de Geenpeil-campagne worden twee argumenten tegen het Associatie-akkoord genoemd die betrekking hebben op Oekraïne. Het eerste argument suggereert dat juist de inspanningen van de EU in Oekraïne ten grondslag liggen aan het uitbreken van oorlog in het land: “Er woedt een burgeroorlog en dat komt dus mede door de drammerigheid van de EU. Die proberen al jaren om Oekraïne los te weken van buurland Rusland, en in de invloedssfeer van de EU te krijgen. Verhofstad [sic] en Van Baalen weten er van. Dat heeft geleid tot de verdeeldheid in Oekraïne waaruit de afscheidingsoorlog is ontstaan. Rusland steunt de separatisten in het oosten van Oekraïne, want Poetin wil de buffer tussen zijn land en de EU niet verliezen”.

Het is te veel eer om het uitbreken van de oorlog in het Oosten toe te schrijven aan de inspanningen van de EU. Sinds de onafhankelijkheid heeft Oekraïne op een dood spoor gezeten van achterblijvende economische ontwikkeling, semi-autoritair en ineffectief bestuur, een gebrek aan hervormingen, en alomtegenwoordige corruptie. Ter illustratie: in 1991 was het BNP per hoofd van de bevolking van Oekraïne iets hoger dat van Polen; nu is het Poolse BNP per hoofd van de bevolking driemaal hoger dan dat van Oekraïne. Het is niet raar dat Oekraïeners de Europese Unie associëren met welvaart, stabiliteit en democratie. De onwil van president Janoekovitsj en zijn regering om Oekraïne dichterbij Europa te brengen is belangrijker geweest voor de revolutie dan de inspanningen van de Europese Unie. Hervormingsgezinde Oekraïners nemen het de Europese Unie juist kwalijk dat het te afwachtend en te weinig betrokken bij het land is.

Het tweede argument van Geenstijl tegen Oekraïne verwijst naar de aanwezigheid van radicale elementen in het land: “Ook de ‘Europese’ zijde van Oekraïne is niet fris: het land kent talloze groeperingen van ultranationalisten en neo-nazi’s met bloedlust”. Oekraïne maakt een opleving van nationalisme door, vergelijkbaar met de opleving van nationalisme elders in Centraal en Oost Europa in de jaren rondom de val van de muur. Tussen de nationalistische bewegingen zitten vanzelfsprekend radicale elementen. Die zijn echter niet aan de macht. De regering en president Porosjenko zijn gematigd en hebben wetgeving getekend die de regio’s van Oekraïne - waaronder de gebieden die worden gecontroleerd door separatisten - meer autonomie verleent. De voornaamste nationalistische partij - Svoboda - haalde vorig jaar de kiesdrempel niet bij de parlementsverkiezingen. Uitgesproken nationalistische politici eindigden bij de presidentsverkiezingen op de tiende en elfde plaats met ieder rond één procent van de stemmen.

De website van het referendum verwijst goedkeurend naar een artikel van Chris Aalberts op The Post Online waarin vier argumenten tegen een Associatie-akkoord met Oekraïne uiteen worden gezet.

Het eerste argument is dat het Associatie-akkoord niet duidelijk maakt waar de financiële steun aan Oekraïne naar toe gaat. Dit is moeilijk vol te houden. Sinds het tekenen van het Associatie-akkoord heeft de EU een aantal steuninitiatieven uitgerold waaraan financiële steun gekoppeld is. Het is niet moeilijk om informatie van de Europese Unie hierover te vinden, inclusief bedragen en uitvoerige verantwoording. Ik heb er hier het een en ander over geschreven.

Het tweede argument is dat het Associatie-akkoord tot meer migratie van Oekraïners naar Nederland zal leiden: “Meer migratie dus, net zoals eerder uit andere Oost-Europese landen”. Vooralsnog kunnen Oekraïners niet eens zonder visum naar de Schengenzone reizen. Zelfs wanneer er een akkoord komt over het schrappen van de visumplicht is er nog lang geen sprake van dat Oekraïners zich even eenvoudig kunnen vestigen in Nederland als bijvoorbeeld Polen dat kunnen.

Het derde argument is niet helder maar lijkt te suggereren dat, door het Associatie-akkoord, we ons begeven in een conflict waar we niets mee te maken hebben en daardoor de Russen verder uitdagen. We weten niet zo goed wat de beste strategie is om verdere Russische agressie te voorkomen. Het lijkt in ieder geval niet evident dat het terugtrekken van steun aan Oekraïne dit doel dichterbij zou brengen. In de confrontatie met Rusland wordt de Europese Unie er juist van alle kanten van beschuldigd te voorzichtig op te treden: de Unie lijkt er alles aan gelegen om verdere instabiliteit in de regio tegen te gaan.

Het vierde argument tenslotte is dat de implementatie van het Associatie-akkoord leidt tot de (ongewenste) instelling van nieuwe EU-organen en structuren. Dit argument gaat eigenlijk niet specifiek over een Associatie-akkoord met Oekraïne: de instelling van nieuwe organen is een onvermijdelijk uitvloeisel van welk omvattend nieuw akkoord dan ook. Waar het de auteur om lijkt te gaan is dat het, net als zoveel organen van de EU, organen zullen zij waar de burgers van Nederland weinig van weten en snappen.

Het laatste argument raakt aan de kern van waar het in het referendum primair om gaat. Dat GeenStijl pleit voor meer democratie en transparantie in de Europese Unie is valide. De wijze waarop de huidige situatie in Oekraïne hierbij wordt voorgesteld schaadt echter het imago van het land en doet geen recht aan de feitelijke situatie.

Studenten die meer will willen weten over de achtergronden van de crisis in en rondom Oekraïne kunnen zich aanmelden voor dit vak dat in het tweede semester aan de Universiteit Leiden aangeboden wordt

Add a Comment

Commenting is not available in this channel entry.