Leiden Rusland Blog

De wet op ‘obsceen taalgebruik’ en de consequenties voor de Russische film

Posted on in
De wet op ‘obsceen taalgebruik’ en de consequenties voor de Russische film

Gaat de Russische filmindustrie weer terug naar de praktijk van ‘de plank’ waarbij reeds voltooide filmproducties toch niet in roulatie worden gebracht? Het heeft er alle schijn van sinds de wet ‘op obsceen taalgebruik’ van kracht is geworden.

De bewuste wet, die op 1 juli door president Poetin werd getekend, is eigenlijk een aanscherping van een al lang bestaande wet op de massamedia. Die aanscherping betekent concreet dat een vuilbekkende zanger als Sergej Sjnoerov zijn ‘obscene’ liedjes op CD mag uitbrengen en verkopen (mits de consument via de verpakking wordt gewaarschuwd), maar dat een radiostation waarop deze muziek te horen is, serieuze problemen kan verwachten. Voor muziekliefhebbers is deze situatie nog overkomelijk. Als zij hun favoriete artiest thuis of met een koptelefoon op beluisteren is er eigenlijk niemand in overtreding.

Staatsteun voor de film

Voor film ligt dit anders. Elke zichzelf respecterende maker hoopt dat zijn of haar film tenminste enige tijd in een fatsoenlijk bioscoop zal draaien, of zelfs op TV wordt vertoond, hoe onwaarschijnlijk dit in bepaalde gevallen ook is. Door de opkomst van VHS, DVD en het internet waren we het alweer bijna vergeten, maar film is van oudsher een massamedium, d.w.z. bedoeld voor groepsconsumptie, en deze wet herinnert ons daar weer aan.

Maar de wet op obsceen taalgebruik vertelt slechts de helft van het verhaal. Ook de wet ‘op staatssteun voor de film’ is aangepast en wel zo dat ‘niet-gecertificeerde’ films niet publiekelijk mogen worden vertoond. Dit betekent dat, los van de financiële middelen waarmee het Kremlin een bepaald soort films promoot, het nu ook beschikt over een instrument om een geheel ander soort films van het scherm te weren.

Een tweede Tarkovski?

Leviathan van Andrej Zvjagintsev, die wij vooral kennen van The Return (2003), leek enige tijd het eerste slachtoffer van de wet op obsceen taalgebruik te gaan worden. De film gaat over een mondige burger die weigert mee te werken aan de bouwplannen van zijn corrupte burgemeester en diens even louche vriendjes uit de aannemerswereld. Hoewel deze confrontatie tussen het volk en de gevestigde macht misschien wel de ware reden is dat minister van Cultuur Medinski de film ‘niet kon waarderen’, wordt er genoeg in gevloekt en gescholden (en gerookt en gedronken) om de wet op obsceen taalgebruik te mobiliseren. Zou je zeggen…

Maar het lijkt erop dat Zvjagintsev door de gong is gered. Daags voor de wet in werking trad, kwam de toestemming voor distributie rond, zij het met het predicaat 18+, en dus kan de film worden vertoond. Het is verleidelijk om te speculeren dat de autoriteiten van Zvjagintsev – ook buiten Rusland een hele meneer - geen ‘tweede Tarkovski’ wilden maken en Leviathan daarom te elfder ure hebben doorgesluisd. Hoe dan ook: de film zal niet breed worden geprogrammeerd en op de Russische TV zal hij zeker niet te zien zijn (overigens wel op het Leiden International Film Festival dat van 1 tot 9 november plaatsvindt: http://www.leidenfilmfestival.nl/).

Schuttingtaal

Minder goed is het afgelopen met Hope Factory (Kombinat ‘Nadezhda’), de debuutfilm van Natalja Mesjtsjaninova, die op het Rotterdams Filmfestival dit jaar tot een van de publieksfavorieten uitgroeide. De film volgt een aantal schoolverlaters in het noordelijke Norilsk, doorsnee jongeren die misschien nog niet zo veel verantwoordelijkheidsgevoel bezitten, maar op hun eigen, wat onbeholpen manier hun weg in het leven proberen te vinden. En ja, dan wordt er wel eens wat gedronken en valt af en toe dat ene woord van drie letters.

In tegenstelling tot wat de locatie doet vermoeden, is Hope Factory niet een eenduidig pessimistische film over het hopeloze leven in de Russische provincie. Het is tekenend dat de hoofdpersonen uit redelijk welgestelde families komen en grosso modo niet ongelukkiger zijn dan hun leeftijdsgenoten elders in Europa. Tijdens de persconferentie die de regisseuse op het filmfestival van Sotsji gaf, gingen de vragen echter nauwelijks over de inhoud van de film, maar bijna uitsluitend over de schuttingtaal (mat) van de jongeren. Was dat wel verenigbaar met het idee van hoge kunst? Was het überhaupt denkbaar dat men in Norilsk dit soort taal bezigde, een stad waar de aanwezigheid van onder Stalin verbannen intellectuelen nog steeds voelbaar was?

Gekuiste versie

Meshchaninova kwam met een heel redelijk, maar ook wat voorspelbaar verweer: zo praten jongeren nu eenmaal onder elkaar; het kuisen van hun taal zou de film onaannemelijk hebben gemaakt. Tegelijkertijd wist ze maar al te goed wat dit voor haar film zou kunnen betekenen, zo bleek al snel. Om haar film te ‘redden’ had ze de meest heftige scènes nogmaals laten opnemen, maar nu met het verzoek aan de improviserende acteurs om dezelfde emoties zonder krachttermen te vertolken. Begin juli werd echter duidelijk dat Meshchaninova voet bij stuk wilde houden. Het gebruik van mat was niet een doel op zich, zo liet ze weten, maar zonder zou de film maar een bleek aftreksel zijn van het origineel. Dat Hope Factory door deze weigering het Russische publiek überhaupt niet bereikt, is moeilijk voorstelbaar in deze tijd van torrents en youtube. Wie hem per se wil zien, weet de film wel te bemachtigen. Niettemin lijken we wat het officiële filmaanbod betreft terug te keren naar de tijd van de goszakaz: film op bestelling van de staat. En dat is een bedenkelijke ontwikkeling.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments