Leiden Rusland Blog

De Russische boer en het landbouwembargo

Posted on in
De Russische boer en het landbouwembargo

Twee jaar geleden kondigde de Russische regering een tijdelijke importstop op Westerse landbouwproducten af. Hoe is het de Russische boer sindsdien vergaan?

De Russische Voedsel- en Warenautoriteit (Rospotrebnadzor) wist in 2015 de internationale aandacht te trekken door voor het oog van de camera bergen Nederlandse Gouda-kaas te vernietigen. Bezwaar van de Communistische Partij (KPRF) op de verspilling van goed voedsel geschikt voor de voedselbank werd weersproken: de kaas was ‘niet veilig genoeg voor consumptie’. Bijna iedereen begrijpt echter: Westerse sancties worden met gelijke munt terugbetaald. Aan de symbolische daad voegt de Russische regering een economische rechtvaardiging toe: door het weghalen van Westerse concurrentie kan de Russische boer eindelijk zijn producten aan de man krijgen.

Niets nieuw, wel erger
De importban is voor Westerse landbouwexporteurs niet nieuw. Wat betreft internationale handelspolitiek is de Russische reputatie nooit bijzonder goed geweest. Global Trade Alert, een denktank die handelsprotectionisme aan de kaak stelt, plaatste in zijn jaarlijkse rapporten van 2009 tot 2015 de Russische Federatie bovenaan de lijst van handel verstorende landen. Veel van de Russische handel verstorende maatregelingen zijn van tijdelijke aard en op landbouwproducten gericht. Door toelatingseisen van de Wereldhandelsorganisatie (Rusland trad in 2012 toe) kon de Russische regering niet openlijk importproducten weren. Wel was het in staat aan de grens bepaalde landbouwproducten op sanitaire gronden te weigeren. Het is niet toevallig dat Rospotrebnadzor hogere sanitaire standaarden dan die van de Europese Unie handhaaft, hoewel binnenlandse producten zelden aan dezelfde standaarden voldoen.

De Russische politieke isolatie na de annexatie van de Krim gaf de regering de mogelijkheid om veel zwaardere importverboden te implementeren. Hoewel tijdelijk van aard, worden deze embargo’s herhaaldelijk vernieuwd. Ondertussen publiceren regeringsgezinde media zo nu en dan succesverhalen waarin Russische boeren de sancties bejubelen. Het meest bekende voorbeeld van deze boeren is Oleg Sirota. Sirota nam ontslag bij zijn goedbetaalde baan in Moskou, richtte “Russische Parmezaanse” (Russkij Parmezan) op en bracht deze kaas van eigen bodem op de markt. De vraag is of deze verhalen representatief zijn voor de landbouwsector in het algemeen.

Bulk- en luxegoederen
Om vast te stellen of de Russische landbouwsector er echt op vooruit is gegaan, is het noodzakelijk eerst te weten wat de regering wil bereiken. De Russische landbouw produceert voornamelijk ‘bulkgoederen’: gewassen die verbouwd kunnen worden zonder geavanceerd verwerkingsproces. Russische bulkgoederen zijn graan, voedergewassen en oliezaden, die het land in grote hoeveelheden exporteert. De vraag naar aardappelen en suiker kan maar net door binnenlandse productie worden voldaan. De schoen wrong altijd in de vraag naar agriculturele ‘luxegoederen’: producten die lastiger te vervaardigen zijn en waar een goede infrastructuur voor nodig is. De Russische vraag naar vlees- en zuivelproducten (beide ‘luxegoederen’) is sinds de economische heropleving van de jaren 2000 gestaag gegroeid, wat de binnenlandse productie (m.u.v. van kippenvlees) niet kon bijhouden. Vooral westerse producenten hebben dankzij goede infrastructuur en een gunstige geografische ligging deze goederen naar Rusland kunnen exporteren.

Het is geen verrassing dat de regering in haar retoriek over het doel van de sancties vooral de vlees- en zuivelproductie noemt. Volgens de regering zal het grotendeels verdwijnen van Westers vlees en zuivel uit de schappen de boer de ruimte geven om zijn productie uit te breiden en de landbouwsector zelfvoorzienend te maken. Al vóór de Oekraïne-crisis gaf het Ministerie van Landbouw regelmatig in beleidsrapporten aan zo snel mogelijk een zelfvoorzienende landbouw te willen schepen. Sterker: dit jaar claimde minister-president Dimitri Medvedev in een interview met televisiekanaal Dozjd dat de sector “praktisch zelfvoorzienend was in iedere landbouwtak”.

Wie wint?
Volgens een recent rapport van de Europese Commissie wordt er inderdaad minder geëxporteerd: tussen 2012 en 2015 is de exportwaarde van Europese landbouwproducten naar Rusland met 52 procent gedaald. Het is dus zondermeer duidelijk dat de sancties handelsrelaties heeft verstoord en minstens tijdelijke schade heeft toegebracht aan Europese landbouwexporteurs. De Russische regering meent dat het tekort spoedig door binnenlandse producenten wordt opgevangen.

Via een omweg is het mogelijk om een indicatie te krijgen van de efficiëntie van het voedselembargo. De productie van alle vleesproducten is in absolute aantallen (gemeten in gewicht) gestegen, met uitschieters in de varkens- en kippenvleessector (18 en 21 procent). De zuivelproductie daarentegen produceerde in 2015 3 procent minder dan in 2012. Daarbij is in relatieve aantallen (gemeten in de opbrengst van inflatie-gecorrigeerde roebels) de productie van vlees- en zuivelindustrie slechts met 0,15 procent gestegen. Dit betekent dat de Russische vlees- en zuivelboer vergeleken met de pre-crisissituatie meer is gaan produceren voor minder opbrengst.

Ondertussen daalt de import van vlees- en zuivelproducten, maar is deze niet verdwenen: tussen 2012 en 2015 daalde de import van zuivelproducten met 18 procent en de import van vleesproducten met 51 procent. Westerse landbouwproducenten worden voornamelijk vervangen door andere grote landbouwexporteurs, met Brazilië, Chili en Nieuw-Zeeland voorop.

Voor de korte termijn zijn er twee winnaars: de Russische boer en ‘niet-westerse’ landbouwexporteurs. Vooralsnog overleeft de landbouwsector aardig vergeleken met andere economische sectoren. Tegelijkertijd krijgen andere buitenlandse spelers de kans de Russische markt aan te boren. Dit hoeft echter niet per se te betekenen dat de sancties afschrikwekkend werken: de meeste Westerse landbouwproducenten zijn niet afhankelijk van de Russische markt en kunnen dankzij een goede infrastructuur redelijk gemakkelijk hun producten ergens anders kwijt.

De toekomst
Voor de langere termijn ziet de toekomst er echter bleek uit. Vergeleken met zijn Europese collega’s is de Russische boer behoorlijk inefficiënt. De moderniseringsplannen van het Ministerie van Landbouw worden verlamd doordat deze afhankelijk zijn van Westerse technologie en knowhow: producten en diensten die voornamelijk in euro’s, dollars en ponden worden verkocht. De recente val van de Russische roebel maakt daarom modernisering onbetaalbaar. Daarnaast is voor het moderniseren van de sector goede infrastructuur en een aantrekkelijk investeringsklimaat nodig. Beide blijven vreemde begrippen in Rusland. Dat de huidige staatsinkomsten laag zijn en de politiek sterke autoritaire trekken vertoont, helpt zeker niet.

De Russische boer wordt dus geholpen met de sancties, maar veel minder dan de regering beweert. De sancties zorgen er voor dat de sector slechts overleeft, terwijl extra opbrengsten nauwelijks worden gegenereerd. Hoewel de regering de vlees- en zuivelproductie wil stimuleren, is zij niet bij machte om adequaat te investeren in de opkomst van deze sector.

Add a Comment

Commenting is not available in this channel entry.