Leiden Rusland Blog

De Poetin in Raspoetin? De vele transformaties van een Siberische boer op het filmdoek.

Posted on in
De Poetin in Raspoetin? De vele transformaties van een Siberische boer op het filmdoek.

Op 30 december 2016 is het precies honderd jaar geleden dat gebedsgenezer, rokkenjager en drinkenboer Grigori Raspoetin werd vermoord door een groep aristocraten onder wie grootvorst Dmitri Pavlovitsj, een volle neef van de tsaar. Mede omdat de moordenaars ermee weg kwamen en de toedracht in hun memoires gedetailleerd hebben beschreven, is dit een van de meest beruchte moordzaken uit de twintigste eeuw geworden die tot de verbeelding blijft spreken van historici, schrijvers en vooral filmmakers.

De aarde op het graf van Raspoetin is nog maar net aangestampt als de Februarirevolutie uitbreekt en de tsaar afstand doet van zijn troon. Voor journalisten, schrijvers en filmpioniers biedt de machtsovername ongekende mogelijkheden. Niet alleen de gebeurtenissen zelf, maar ook de vrijheid om daar over te berichten zorgen voor een unieke situatie waarin allerlei paleisintriges van het ancien régime ongestraft kunnen worden uitgemolken. Alleen al in 1917 verschijnen er tenminste vier speelfilms met veelzeggende titels als Duistere krachten en De heilige duivel waarin de Raspoetin-affaire wordt gethematiseerd. Helaas is geen van deze films bewaard  gebleven, hoewel het verlies in artistiek opzicht waarschijnlijk gering is. 
 
Ook in de jaren ’20 en ’30 duikt Raspoetin regelmatig op in films, maar uitsluitend in niet-Russische producties zoals Raspoetin – de heilige duivel (Brandstichters van Europa) (Nederland, 1926), The Red Dance (VS, 1928) en Rasputin and the Empress (VS, 1932). Opvallend detail: de figuur van de titelheld wordt hierin vaak vertolkt door een geëmigreerde en berooide Rus. In het socialistische Rusland bestaat natuurlijk geen behoefte aan zulke pikanterieën. Wat moet de homo sovieticus ook met de vermeende, door westerse filmmakers steeds maar weer opgerakelde liefdesrelatie tussen Raspoetin en de keizerin? Liever laat de Sovjetkijker zich inspireren door de Oktoberrevolutie en beelden van een communistische samenleving in opbouw. 
 
De terugkeer van Raspoetin in Rusland
Pas in de jaren ’70 keert Raspoetin terug op het Russische filmdoek. Elem Klimovs Doodstrijd (Agonija), in 1966 geconcipieerd als een “jubileumfilm” en eerbetoon aan de Oktoberrevolutie, blijkt bij oplevering in 1974 te zijn blijven hangen in de Raspoetin-affaire en nauwelijks recht te doen aan de historische aardverschuivingen die zich buiten de paleismuren voltrokken. Ondanks de toevoeging van een politiek-correcte zwart-wit montage, die moet suggereren dat de revolutie onvermijdelijk was en breed gedragen werd, is KGB-baas Joeri Andropov onverbiddelijk: Doodstrijd kan niet worden uitgebracht, en dus verdwijnt de film “op de plank.” Pas in 1981 gaat de film alsnog in roulatie.
 
Andropov was van mening dat Doodstrijd een ongezonde belangstelling aan de dag legde voor het privéleven van de tsaar en zijn gezin. Dit was in feite het traditionele Sovjet-argument: te voyeuristisch, te hijgerig en dus te bourgeois. Maar er zijn door filmhistorici ook andere beweegredenen gesuggereerd: tsaar Nicolaas II zou naar de smaak van de censuur veel te menselijk zijn voorgesteld. Hij is zichtbaar geëmotioneerd bij de herinnering aan “Bloedige Zondag” (9 januari 1905) en lijkt eigenlijk gewoon een geschikte vent, een liefhebbende vader vooral. Dit was niet de “bloedige Nikolasja” die de autoriteiten gehoopt hadden te zien. Ook is wel geopperd dat het tonen van een gecorrumpeerde elite - ministers en lobbyisten die allemaal van Raspoetin hopen te profiteren - kijkers zou kunnen verleiden om ongewenste parallellen te trekken: laat de film de doodstrijd van het tsaristisch regime zien of staat deze symbool voor de stuiptrekkingen van Leonid Brezjnevs gerontocratie? 
 
Doodstrijd is een art-house film. Concreet wil dat zeggen: een traag tempo, maar ook veelvuldig gebruik van “intellectuele montage” (bekend uit de revolutionaire films van Eisenstein uit de jaren ’20) en een door Alfred Schnittke gecomponeerde score. Over de beweegredenen van de moordenaars laat Klimov ons weinig keuze: zij beschouwen Raspoetin als een groot gevaar voor de monarchie en willen hem dus uit de weg ruimen. Duidelijk. Maar Raspoetin zelf is een vat vol tegenstrijdigheden: ja, hij is de grote manipulator die het ontslag van premier Goremykin en de benoeming van diens opvolger, de politieke nul Schtoermer, er doorheen drukt; over zijn vraatzucht  en promiscuïteit kan ook geen misverstand bestaan. Maar hij is ook een bijgelovige Siberische boer die te veel ballen tegelijk in de lucht wil houden en menselijker wordt naarmate hij de controle over het politieke spel en zichzelf verliest. Dat Raspoetin werkelijk bovennatuurlijke krachten zou bezitten en de hemofilie van troonopvolger Aleksej kon bedwingen, wordt nergens in de film gesuggereerd. In interviews heeft Klimov ook steeds aangegeven dat de door hem geraadpleegde archieven geen enkele aanwijzingen bevatten om het tegendeel te veronderstellen.   
 
Raspoetin anno nu
Zien we nog iets van Klimovs Raspoetin terug in de huidige Russische cinema? Of is hij inmiddels een heel andere figuur geworden, een Raspoetin à la Poetin zogezegd? De achtdelige tv-serie Grigori R. (uitgezonden in 2014 op het Eerste Kanaal) wekt inderdaad de indruk dat in Rusland niets zo onbestemd is als het verleden. Anno 2014 is de heilige duivel getransformeerd in een belangeloze verdediger van de Russische natie, een visionair die correct voorspelt dat deelname aan de Eerste Wereldoorlog de Romanov-dynastie fataal zal worden. Opvallend daarbij is de relatie tussen Raspoetin en, laten we zeggen, de politieke elite. Premier Stolypin, een held van het Poetin-regime omdat hij als geen andere orde wist te scheppen na de “mislukte”  revolutie van 1905, moet aanvankelijk niets van Raspoetin hebben, maar herziet zijn mening enigszins wanneer deze vermeende avonturier zijn dochter van een dwarslaesie geneest. Uiteindelijk wordt duidelijk dat, hoewel de mannen geen vrienden zijn, ze elkaar vinden in hun bereidheid de Russische staat te dienen, ieder op zijn eigen manier.
 
Raspoetin is in 2014 niet alleen een hoeder van de Russische natie; al zijn bovennatuurlijke claims blijken gegrond en dus zijn ook zijn genezingen “echt”. Dreigende wolkenformaties, bliksemschichten en andere lichteffecten laten de kijker geen keus dan te concluderen dat hij daadwerkelijk over goddelijke krachten beschikt en die telkens weer aanspreekt om zijn medemens te helpen. Raspoetin wordt nadrukkelijk neergezet als een temperamentvol man die ook wel eens een kwade dronk heeft, maar van de legendarische morele verloedering die hem altijd is toegeschreven zien we hier geen spoor. 
 
Waarom moest Raspoetin dood? Die vraag dringt zich op wanneer alle bekende grieven tegen zijn persoon ineens ongegrond blijken te zijn. Grootvorst Dmitri Pavlovitsj en vorst Feliks Joesoepov, de drijvende krachten achter het moordcomplot, voelen zich gedwarsboomd door Raspoetin die hun bijna openlijke homoseksualiteit en cocaïneverslaving afkeurt, maar in wezen zijn zij niet meer dan het werktuig van de Britse geheime dienst die de “pacifist” Raspoetin wil uitschakelen. Mocht de tsaar besluiten zich uit de oorlog terug te trekken, dan staan de geallieerden er alleen voor en dat moet koste wat het kost worden voorkomen. 
 
Een echte Rus
De “waarheid” omtrent Grigori Raspoetin komt gaandeweg aan het licht dankzij het onderzoek van inspecteur Genrich Svitten, een fictief personage dat Raspoetin postuum en definitief moet ontmaskeren als een bedrieger en een nationaal gevaar. Svitten handelt in opdracht van Aleksandr Kerenski, de leider van de Voorlopige regering, die hiermee zijn eigen bestuurlijke onvermogen hoopt te maskeren. In zijn eindrapportage aan Kerenski voert Svitten  echter geen enkel bewijs aan dat Raspoetins ongunstige reputatie zou kunnen onderbouwen. Integendeel: Raspoetin was een “Rus”, concludeert Svitten ten overstaan van een zichtbaar geïrriteerde Kerenski: “waarschijnlijk schuilt in iedere Rus een Raspoetin. Daarom zal men hem nooit vergeten.”
  
In iedere Rus schuilt een Raspoetin? Dit lijkt een gedurfde conclusie gezien de bovennatuurlijke gaven waarover de hoofdpersoon blijkt te beschikken, maar voor de goede verstaander verwijzen deze woorden rechtstreeks naar het idee dat de Russen een “Goddragend” volk zouden zijn (narod bogonosets). Raspoetin is dus niet alleen “van ons”, maar met zijn bijzondere gaven belichaamt hij ook het spirituele potentieel van het Russische volk. Daarmee is zijn rehabilitatie compleet.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments